Skip to content

Ontslag van een ambtenaar wegens plichtsverzuim

In mijn vorige post heb ik het erover gehad dat werknemers (in de privé sector) ook verplichtingen hebben. Deze keer wens ik ook wat aandacht te besteden aan ambtenaren.

Bij sommige ambtenaren heerst het (misplaatste) idee dat zij alleen rechten hebben en alsof zij “untouchable” zijn. Dat dit idee niet met de werkelijkheid klopt, blijkt onder andere uit artikel 82 van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (“LMA”).

Lid 1 van dit artikel bepaalt dat een ambtenaar disciplinair gestraft kan worden door het bevoegde gezag wanneer hij/zij bijvoorbeeld de aan hem opgelegde verplichtingen niet nakomt.

Een ambtenaar kan ook disciplinair worden gestraft in geval van plichtsverzuim. Er kan hiervan sprake zijn wanneer een ambtenaar enig voorschrift overtreedt of bij het doen of nalaten van iets, hetwelk een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. Dit is dus een ruim begrip.

Een van de disciplinaire straffen die kan worden opgelegd wanneer sprake is van plichtsverzuim, is de straf van ontslag. Hieronder benoem ik (heel) kort een aantal voorbeelden van lokale gevallen waarin een ambtenaar wegens plichtsverzuim de straf van ontslag is opgelegd en deze voor een rechter zonder succes werd aangevochten:

  1. De eerste hiervan is een geval waarin een ambtenaar werd veroordeeld wegens verboden vuurwapenbezit in de privé-sfeer. Dat de overtreding van de wet had plaatsgevonden in de privé-sfeer deed niet af van de bevoegdheid om de sanctie van ontslag op te leggen;
  2. Een tweede voorbeeld is het geval waarin een ambtenaar, die al eerder was gestraft, optrad als chauffeur van een transportwagen, waarin gedetineerden werden vervoerd. Hij was zonder toestemming en zonder een geldige reden gestopt bij een supermarkt om daar naar binnen te gaan (om chips te kopen), hetgeen in strijd is met de aan hem gegeven ambtsinstructies. Door het stoppen kreeg een ex-gedetineerde de kans om in contact te komen met de gedetineerden in het voertuig en zelfs om een foto te maken van het voertuig. De ambtenarenrechter vond (kort samengevat) dat zijn handelen (ernstig) plichtsverzuim opleverde, mede gelet op de vergrote risico’s waaraan hij zijn collega’s en het publiek had blootgesteld.

Deze twee voorbeelden laten zien dat ook ambtenaren hun baan kunnen verliezen wanneer zij hun verplichtingen niet nakomen.

Werknemers hebben ook verplichtingen

In de praktijk, maar ook tijdens persoonlijke gesprekken, heb ik vaak meegemaakt dat werknemers weinig of geen aandacht besteden aan de vraag wat hun verplichtingen zijn als werknemers. Waaraan vaak wel aandacht wordt besteed is de vraag wat “mijn rechten” zijn als werknemer. Deze keer wens ik juist wat voorbeelden te noemen van verplichtingen van een werknemer. Hieronder bespreek ik kort drie hiervan.

  1. Een van de verplichtingen van een werknemer is dat hij/zij verplicht is om de afgesproken werkzaamheden naar beste vermogen te verrichten. Een kassier dient bijvoorbeeld zorgvuldig om te gaan met de gelden die hij/zij ten behoeve van zijn/haar werkgever ontvangt en de procedures van de kassa te volgen. Doet hij/zij dit niet dan kan hij/zij onder onstandigheden hiervoor aansprakeliljk worden gehouden.
  2. Een tweede voorbeeld is dat een werknemer verplicht is zich te houden aan instructies omtrent het te verrichten arbeid en instructies ter bevordering van de goede orde in het bedrijf van de werkgever. Denk aan bijvoorbeeld de verplichting voor het dragen van een helm of een rookverbod bij een olie raffinaderij. De instructies van de werkgever dienen wel binnen de grenzen van de wet en de arbeidsovereenkomst te vallen.
  3. Ten slotte is een werknemer verplicht om zich als een goed werknemer te gedragen. Onder deze algemene beoordelingsmaatstaf kunnen verschillende verplichtingen worden gebracht. Soms kan op grond van de eisen van goed werknemerschap voor een werknemer bijvoorbeeld de verplichting bestaan om overwerk te verrichten.

Als werknemer is het dus ook aan te bevelen om kennis te hebben over uw verplichtingen. Deze kunnen bijvoorbeeld in een cao, uw arbeidsovereenkomst of functie omschrijving zijn opgenomen. Deze kennis zal u ook kunnen helpen om uw werkzaamheden beter te verrichten of om uzelf te gedragen als een goed werknemer.

Voor meer informatie neem contact met ons via http://www.gobiklaw.com

Land Aruba dient zich aan het arbeidsrecht te houden

Op 14 oktober 2014 werd een beschikking gegeven in een procedure die een werkneemster begon tegen het Land Aruba als haar werkgever.

In deze procedure oordeelde de rechter (kort samengevat) dat ook het Land Aruba zich dient te houden aan de geldende arbeidswetgeving. Dit bracht met zich mee dat het Land de arbeidsovereenkomst met deze werkneemster slechts mocht beëindigen conform de wettelijke regels (in titel 7A van het BWA), met als gevolg dat de verzoeken van de werknemer werden toegewezen. De bepalingen van titel 7A BWA waren immers van toepassing verklaard op deze arbeidsovereenkomst.

Doordat het Land Aruba zich niet aan de wettelijke regels had gehouden, werd het dienstverband met de werkneemster door de rechter per 14 oktober 2014 hersteld. Bovendien werd het Land Aruba veroordeeld om het niet ontvangen salaris te betalen vanaf de dag dat het Land Aruba gestopt was met het betalen van salaris aan de werkneemster, vermeerderd met boetes, kosten en rente.

Het Land Aruba had volgens de rechter het dienstverband met de werkneemster in strijd met de regels opgezegd. Dit door een beëindiging van het dienstverband zonder opgave van redenen, zonder een opzegtermijn en zonder het treffen van enige financiële voorziening of andere voorziening voor de werkneemster. De werkneemster was nog niet gelukt om een andere baan te krijgen en de bank dreigde met een openbare veiling van haar huis.

Door (onder andere) deze omstandigheden oordeelde de rechter dat de gevolgen van het ontslag te ernstig waren voor de werkneemster in vergelijking met het belang van het Land bij het ontslag. De rechter oordeelde ook dat het niet mogelijk was om alle belangen tegen elkaar af te wegen, aangezien Het Land de keuze voor het ontslag van de werkneemster niet eens had onderbouwd.

Het interessante van deze uitspraak is dat het Gerecht oordeelt dat Het Land niet bevoegd is om een werknemer tegen de wet te ontslaan, zelfs niet in een geval van een begrotingstekort. Dit lijkt mij terecht, want ook Het Land dient zich immers aan de geldende regels te houden en een goed voorbeeld geven. In het verlengde hiervan meen ik dat ook het Land Aruba als een behoorlijke werkgever dient te handelen en zorgvuldig en behoorlijk te werk dient te gaan bij het ontslaan van haar werknemers.

Voor de volledige uitspraak zie rechtspraak.nl, ECLI:NL:OGEAA:2014:31

Reactie: “Taakstraf is hier niet aan de orde”

Recentelijk publiceerde Amigoe het artikel “Geen minimumstraf dader en geen opvang seksueel misbruikt kind”. Daarin werd een citaat door de Amigoe niet volledig opgetekend gerelateerd aan tekstuele keuzes, hetgeen begrijpelijk is voor een krant.

Ik leg hierbij verder uit dat mijn opmerking doelde op het niet vaststellen van minimumstraffen in het algemeen, waarbij ik tevens aan de verslaggeefster had aangegeven dat een zedendelict eigenlijk wel geen goed voorbeeld was van een geval waarin een rechter wellicht een alternatieve straf zou willen opleggen. Zedendelicten (en zeker die waarbij kinderen zijn betrokken) zijn immers naar mijn mening een van de meest schokkende delictsvormen waarmee een advocaat te maken kan krijgen, terwijl ik het gevoel van sommigen in de maatschappij dat harder gestraft mag worden bij ernstige zedendelicten begrijp. Gelet op de reactie van officier Kardol voel ik mij achteraf toch genoodzaakt om dit recht te trekken en ik bedank Amigoe voor deze gelegenheid.

Ondanks dat ik onvolledig ben geciteerd, kan ik de neiging niet weerstaan om te reageren op de stelling van Officier Kardol dat het “Klinkklare onzin” zou zijn dat een rechter wellicht een alternatieve straf (zoals een taakstraf) zou willen opleggen voor een zedendelict. Dit niet alleen omdat ik de geciteerde opmerking als niet respectvol ervaar naar (een lid van) de advocatuur, maar belangrijker nog omdat deze opmerking onjuist is. Ik zal hieronder uitleggen waarom.

Ten eerste miskent de Officier dat zedendelicten niet beperkt zijn tot het (fysiek) seksueel misbruiken van kinderen. Vandaar dat het denkbaar is dat het opleggen van een taakstraf voor een (lichtere) “zedendelict” tot de mogelijkheden behoort. Denk aan bijvoorbeeld het in het publiek tonen van intieme lichaamsdelen. Mevrouw Kardol had makkelijk hiermee rekening kunnen houden door even Titel XIII van ons wetboek van strafrecht door te hebben genomen, alvorens het maken van haar misplaatste opmerking.

Ten tweede verwijs ik naar een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 6 februari 2014 waar iemand (kort samengevat) veroordeeld werd tot een werkstraf van 100 uren, 6 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk werd opgelegd, alsook de maatregel van schadevergoeding. De veroordeelde had zich schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen met een vijfjarig meisje. Dit voorbeeld laat zien dat het mogelijk is dat een rechter (in uitzonderlijke situaties) kan kiezen voor een taakstraf in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als passende straf.

Ik merk hierbij op dat deze zaak in Nederland afspeelde, waar zelfs een taakstrafverbod geldt voor onder andere bepaalde zedendelicten. Een dergelijke bepaling kennen wij niet in Aruba, waardoor de vrijheid van een rechter om een taakstraf in Aruba op te leggen groter is dan in Nederland en zeker als er geen richtlijnen zijn voor zedendelicten zoals door officier Kardol gesteld.

Als laatste verwijs ik naar een vonnis van ons Hof waar een veroordeelde een straf kreeg opgelegd van een jaar voorwaardelijk met onder andere als voorwaarde een “werkstraf” van 240 uren en het volgen van gedragscursussen. In dat geval betrof het een poging tot verkrachting.

Indien officier Kardol het opleggen van een taakstraf bij zedendelicten als “Klinkklare onzin” heeft gekwalificeerd, dan meen ik dat dit (mede) niet respectvol is voor het werk dat rechters verrichten in het zoeken naar een passende sanctie in elk individueel geval. Het miskent ook de realiteit dat in Nederland een taakstrafverbod in januari 2012 werd ingevoerd, nadat uit onderzoek was gebleken dat er gevallen waren waar veroordelingen voor ernstige (zeden)misdrijven werden uitgesproken waar enkel een taakstraf werd opgelegd.

Afsluitend merk ik op dat dit een les voor ons allen is. Wees voorzichtig bij interviews met de media. “Anything you say can and will be used against you.

Verschenen in de Amigoe van 16 oktober 2014.

Autodiefstal schokt rechtsorde in Aruba

In een recent gepubliceerd beschikking oordeelde het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curacao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (“Het Hof”) over het appel van een verdachte tegen een bevel tot gevangenhouding.

Het Hof oordeelde dat de verdenking ernstig genoeg was en dat zowel de bezwaren als de gronden voor het bevel nog aanwezig waren ten tijde van de beschikking waarbij het beroep van de verdachte ongegrond werd verklaard.

Interessant is hetgeen het Hof overwoog met betrekking tot de grond van de ernstig geschokte rechtsorde. Het Hof oordeelde dat het voor de Arubaanse samenleving onbegrijpelijk zou zijn indien de verdachte zijn berechting in vrijheid zou mogen afwachten. Het hof heeft het volgende van belang gevonden bij haar overwegingen, namelijk dat:

  1. De strafmaat van het aan verdachte verweten feit (autodiefstal) onlangs in aanzienlijke mate werd verhoogd;
  2. De Arubaanse wetgever dus tot uitdrukking heeft gebracht dat sprake is van een ernstig strafbaar feit;
  3. Het een algemeen bekend gegeven is dat de Arubaanse samenleving “gebukt gaat onder en daarom terecht klaagt over onder meer alsmaar aanhoudende autodiefstallen“;

Voor de volledige beschikking zie:

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:OGHACMB:2014:34

Rechtspraak nu ook op facebook

Sinds gisteren is de rechtspraak in Nederland ook op facebook. 

Voor meer informatie zie

http://www.rechtspraak.nl/Actualiteiten/Nieuws/Pages/Rechtspraak-nu-ook-op-Facebook.aspx

https://www.facebook.com/Rechtspraak

 

 

Handgemeen leidt tot ontslag

In een recent gepubliceerd beschikking moest het Hof oordelen over een geval waarin een handgemeen plaatsvond tussen een werknemer en een collega in het “backstation” van een restaurant in een hotel in Aruba, waar gasten zicht op hadden.

De collega had hierbij ondere andere een bloedneus opgelopen.

Het Hof achtte het ontslag op staande voet terecht gegeven, waarbij onder meer werd geoordeeld dat het Hof rekening houdt met de omstandigheid dat Arubaanse hotels extra aandacht zouden gegeven aan behoorlijk optreden van hun personeel in het algemeen en zware sancties zouden stellen op onbehoorlijk gedrag.

Het Hof vond mede van belang dat de goede naam van Aruba (“one happy island”) bij (Amerikaanse) toeristen niet wordt aangetast.

Voor de volledige beschikking zie:

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:OGHACMB:2013:13